02

Waaruit bestaat sportbeleid?

Adviesonderwerp Arrow

In deze sectie

Waaruit bestaat sport- en beweegbeleid? Hoofdgebieden, modellen, thema’s

Een goed begrip van waaruit sportbeleid bestaat helpt beleidsadviseurs sport en bewegen bij de ontwikkeling en evaluatie van sport- en beweegbeleid. Sportbeleid is veelzijdig en bestaat uit verschillende elementen en onderwerpen, wat het lastig maakt om een eenduidige indeling te geven. Als beleidsadviseur sport moet je dan ook van vele markten thuis zijn.

In dit artikel leggen we uit waaruit sportbeleid bestaat, door het in te delen in twee hoofdgebieden: sportaccommodatiebeleid en sportstimuleringsbeleid. We gaan daarna kort in op de indeling tussen breedtesport en topsport. Vervolgens gebruiken we een model om sportbeleid verder te structureren en toe te lichten, specifiek gericht op het gemeentelijke sportbeleid. Tot slot bespreken we verschillende thema’s die veel voorkomen in sportbeleid. Ben je nieuwsgierig naar de definities van sport, bewegen, beleid en sportbeleid? Kijk dan op de pagina Wat is sportbeleid voor meer informatie.

Extra ondersteuning of expertise nodig?

In ons expertoverzicht vind je professionals die je helpen bij sport- en beweegbeleid en sportaccommodaties.

Of spar met experts van het Kenniscentrum Sport en Bewegen, een VSG adviseur of collega-beleidsadviseurs via de VSG community

Twee hoofdgebieden sportbeleid

De eenvoudigste indeling van sportbeleid bestaat uit twee hoofdgebieden: sportaccommodatiebeleid en sportstimuleringsbeleid. Het grootste bedrag van het sportbeleid binnen gemeenten gaat naar het sportaccommodatiebeleid (circa 70%) en de rest naar het sportstimuleringsbeleid. Sportaccommodatiebeleid kan als voorwaardenscheppend gezien worden voor het sportstimuleringsbeleid.

Sportaccommodatiebeleid

Het sportaccommodatiebeleid vormt de basis van het gemeentelijk sportbeleid. Het richt zich op het waarborgen van voldoende en kwalitatief goede sportfaciliteiten, evenals het creëren van een beweegvriendelijke openbare ruimte. In essentie gaat het sportaccommodatiebeleid dus om de bouw, onderhoud en exploitatie van sportvoorzieningen.

Sportstimuleringsbeleid

Sportstimuleringsbeleid kan verder worden opgedeeld in sport als doel en sport als middel. Bij sport als doel richt het beleid zich vooral op het vergroten van de sport- en beweegdeelname onder inwoners. Bij sport als middel wordt sport en bewegen ingezet om bijvoorbeeld gezondheids- en welzijnseffecten te realiseren. Of voor het bereiken van economische doelstellingen. Denk aan citymarketing of het verbeteren van de werkgelegenheid binnen een gemeente.

Indeling in breedtesport en topsport

Naast de indeling van sportbeleid in sportaccommodatiebeleid en sportstimuleringsbeleid, kan sportbeleid ook opgesplitst worden in breedtesport en topsport. In het Denkkader Sportagenda 2032 van NOC*NSF wordt als centrale sportambitie geformuleerd: “Nederland, het sportiefste land ter wereld”. Deze ambitie moet tot uiting komen in een hoge sportdeelname, in waardevolle sportprestaties en in een positieve maatschappelijke impact van sport. Het mooie is dat in deze ambitie topsport en breedtesport samenkomen en elkaar versterken.

Breedtesport

Breedtesport omvat sport in georganiseerd of ongeorganiseerd verband, waarbij geen sprake is van professionalisme. Hier wordt sport vooral gezien als vrijetijdsbesteding, in tegenstelling tot topsport, waar sport vaak een beroep is.

Topsport

Topsport wordt beoefend op het hoogste niveau, nationaal of internationaal. Topsporters zijn vaak professionals en verdienen een inkomen met hun sport. Ze krijgen doorgaans professionele begeleiding op medisch, juridisch en commercieel gebied.

Vier modellen sportbeleid

Het sportbeleid van gemeenten kan dus opgedeeld worden in de twee gebieden sportaccommodatiebeleid en sportstimuleringsbeleid. Daarnaast kan het sportbeleid van een gemeente ook grofweg opgedeeld worden in vier modellen. De Vereniging Sport en Gemeenten heeft deze indeling beschreven in Het visiedocument ‘Nederland Sportland’ (VSG, 2010).

Het gaat om het sportstimuleringsmodel, het sociaal ontwikkelingsmodel, het economisch ontwikkelingsmodel en het integraal ontwikkelingsmodel. De keuze voor het model hangt vaak af van de grootte, locatie en politieke voorkeur van de gemeente. De modellen geven jou als beleidsadviseur sport en bewegen richting over hoe je vorm en inhoud geeft aan sportbeleid.

Sportstimuleringsmodel

Het eerste model voor lokaal sportbeleid is het sportstimuleringsmodel. Dit onderdeel van het sportbeleid moet minimaal aanwezig zijn binnen een gemeente en vormt de basis van het sportbeleid. Het sportstimuleringsmodel bestaat uit twee onderdelen. Namelijk het accommodatiebeleid en het sportstimuleringsbeleid. Zie eerder op deze pagina de toelichting van deze begrippen.

De belangrijkste doelstelling van dit model is het vergroten van de sport- en beweegdeelname van de inwoners. Dit is dan ook de reden dat het sportstimuleringsmodel de basis vormt van het lokaal sportbeleid en de andere modellen. De effecten van sport (sport als middel) die in de andere modellen worden nagestreefd, kunnen immers alleen behaald worden als (meer) mensen sporten en bewegen. En dat is precies wat met het eerste model wordt beoogd.

Sociaal ontwikkelingsmodel

Het tweede model is het sociaal ontwikkelingsmodel. Zoals de naam al zegt wordt in dit model sport en bewegen ingezet om sociale doelstellingen binnen een gemeente te behalen. Denk aan doelstellingen op het gebied van een gezonde leefstijl, sociale cohesie en leefbaarheid in de wijk. De VSG gebruikt hiervoor de tweedeling Sport, bewegen en gezondheid (1) en Maatschappelijke verbondenheid (2). In dit model ziet de overheid sport dus echt als instrument voor bepaalde buiten de sport gestelde doelstellingen. In dit model is in principe geen plek voor topsport en staat breedtesport centraal.

Ondersteuning vanuit de gemeente, bijvoorbeeld in de vorm van subsidies, richten zich voornamelijk op de breedtesport en sportorganisaties die een maatschappelijke bijdrage leveren binnen de gemeenschap. Financiering van dit deel van het sportbeleid is regelmatig een combinatie van de beleidsterreinen sport, zorg, welzijn en bijvoorbeeld jeugd. In het sociaal ontwikkelingsmodel is integrale samenwerking tussen de verschillende beleidsterreinen en organisaties zoals sportverenigingen, onderwijs, cultuur, welzijn en zorg belangrijk. De combinatiefunctionaris of buurtsportcoach speelt hierin vaak een verbindende rol.

Economisch ontwikkelingsmodel

Het derde model is het economisch ontwikkelingsmodel. Zoals de naam doet vermoeden wordt sport in dit model ingezet om economische doelen binnen de gemeente te realiseren. Denk aan doelen op het gebied van Citymarketing (stadspromotie), ter bevordering van het toeristische imago en het vestigingsklimaat van inwoners en bedrijven, en doelen op het gebied van Werkgelegenheid. In dit model spelen grote sportaccommodaties, sportevenementen en topsport vaak een belangrijke rol.

De VSG benoemt naast Citymarketing en Werkgelegenheid ook nog Innovatie als variant. Dit is mogelijk bij steden waar hoger onderwijsinstellingen, instituten, laboratoria, technologisch geavanceerde bedrijven en/of medische instellingen gevestigd zijn. Hier kan dan onderzoek gedaan worden, gericht op innovatie in of door de sport.

Integraal ontwikkelingsmodel

Het integraal ontwikkelingsmodel is het laatste model. In dit model komen alle modellen samen in meer of mindere mate. Dus vanuit de basis (accommodatie- en sportstimuleringsbeleid) wordt zowel ingezet op sociale doelstellingen als op economische doelstellingen. In de praktijk zien we dat met name grote en krachtige gemeenten alle elementen (modellen) binnen het sportbeleid toepassen.

Kleinere gemeenten richten zich met name op de basis en het sociale ontwikkelingsmodel. Onder andere door de komst van het Gezond Actief Leven Akkoord (GALA), kan het sport- en beweegbeleid het zich niet meer veroorloven om zich alleen op de basis van het sportbeleid te richten.

Thema’s sportbeleid

Eerder op deze pagina is uitgebreid aan bod gekomen waaruit sportbeleid bestaat. Dit is uitgelegd aan de hand van de hoofdthema’s sportaccommodatiebeleid en sportstimuleringsbeleid, de indeling topsport en breedtesport en tot slot het VSG model voor sportbeleid.

Naast deze manieren kan je nog op een andere manier bepalen waaruit sportbeleid bestaat. Namelijk door het inzoomen op belangrijke thema’s binnen het sportbeleid van gemeenten. Hiervoor kan je bijvoorbeeld kijken naar de verschillende thema’s die voorkomen in sportnota’s en visies van andere gemeenten. In het artikel Deze thema’s horen thuis in lokaal sport- en beweegbeleid van de website allesoversport.nl zijn 31 sport- en beweegnota’s bekeken. Na bestudering van deze nota’s kwamen zij tot de volgende vier hoofthema’s van lokaal sportbeleid:

  1. Sport- en beweegstimulering
  2. Infrastructuur voor sport en bewegen
  3. Topsport en/of talentontwikkeling
  4. Evenementen

Wij hebben ook gekeken naar de thema’s die genoemd staan in de Monitor Lokaal Sportbeleid 2020 (2021) van het Mulier Instituut. De Monitor Lokaal Sportbeleid biedt inzicht in het sport- en beweegbeleid van gemeenten. Van de 356 gemeenten waar de monitor is uitgezet, hebben 144 gemeenten gereageerd. In de monitor wordt onder andere gevraagd naar de thema’s waar het gemeentelijk sport- en beweegbeleid zich op richt. Hieronder zijn de thema’s opgesomd. Opgesplitst in thema’s voor het sportbeleid en sportaccommodatiebeleid.

Thema’s sportaccommodatiebeleidThema’s sportbeleid
VerduurzamingSportstimulering
Multifunctionaliteit, medegebruik gemeentelijke sportaccommodatiesGezondheid
CapaciteitsvraagstukkenSportaccommodaties
Beheer en onderhoudVerenigingsondersteuning
SPUK SportSport en bewegen in de openbare ruimte, beweegvriendelijke omgeving
Beweegvriendelijke omgevingMaatschappelijke verbondheid, integratie
TarievenSpelen, speelplaatsen
Verhuurbeleid, gebruiksovereenkomstenEvenementen, citymarketing
Integrale kostprijsberekeningTalentontwikkeling, topsport
Kostenbesparing, efficiëntieEconomische ontwikkeling, innovatie, werkgelegenheid
Positionering binnen maatschappelijk vastgoed 
Wet Markt en Overheid 
Deprivatisering 

Doelstellingen en doelgroepen sportbeleid

Om te bepalen waaruit sportbeleid bestaat kan tot slot ook nog ingezoomd worden op de doelstellingen en doelgroepen gedefinieerd binnen het sportbeleid. Ook hiervoor hebben we de Monitor Lokaal Sportbeleid van het Mulier bekeken.

Doelstellingen sportbeleid

In de Monitor Lokaal Sportbeleid is aan gemeenten uitgevraagd op welke doelstellingen het sportbeleid zich richt. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen doelstellingen die direct gericht zijn op de sport zelf en doelen die buiten de sport liggen, maar waar de sport een bijdrage aan kan leveren. Hieronder de belangrijkste doelstellingen die zijn genoemd.

Doelstellingen sportaccommodatiebeleidDoelstellingen sportbeleid als middel
Multifunctionaliteit en stimuleren meervoudig gebruikBevorderen gezondheid
Goede toegankelijkheidBevorderen sociale participatie en integratie
Voldoende capaciteitEconomische impact
Verbetering bezettingsgraad sportaccommodatiesVersterken van imago en naamsbekendheid van de gemeente
Goede betaalbaarheid 
Goede bereikbaarheid 
Duurzame sportaccommodaties (routekaart verduurzaming sport) 
Kwaliteitsverbetering 
Verbetering dekkingsgraad sportaccommodaties 
Verbetering tevredenheid gebruikers 
Vereenvoudigen wet- en regelgeving voor de sportaanbieders 

Daarnaast hebben gemeente doelstellingen geformuleerd op het gebied van ondersteuning sportaanbieders, sport en school, jeugdsport en sporten en bewegen in de openbare ruimte.

Doelgroepen sportbeleid

In de Monitor Lokaal Sportbeleid is aan gemeenten uitgevraagd op welke specifieke doelgroepen de gemeente zich richt met het sportstimuleringsbeleid. Door de gemeenten die de monitor hebben ingevuld worden onderstaande doelgroepen benoemd.

  1. Jeugd
  2. Senioren / ouderen
  3. Mensen met een beperking, chronisch zieken
  4. Volwassenen
  5. Mensen met een laag inkomen
  6. Inwoners van achterstandswijken
  7. Asielzoekers, vluchtelingen
  8. Allochtonen

Samenvatting

In dit artikel hebben we uitgelegd waaruit sportbeleid bestaat en hoe het gestructureerd kan worden. We begonnen met de twee hoofdgebieden van sportbeleid: sportaccommodatiebeleid, dat zich richt op het ontwikkelen en onderhouden van sportfaciliteiten, en sportstimuleringsbeleid, dat sport inzet als doel en als middel voor maatschappelijke ontwikkeling.

Vervolgens hebben we de indeling in breedtesport en topsport besproken, en hoe deze elkaar kunnen versterken, bijvoorbeeld via de ambitie “Nederland, het sportiefste land ter wereld”. Daarnaast introduceerden we vier modellen voor lokaal sportbeleid, namelijk het sportstimuleringsmodel, het sociaal ontwikkelingsmodel, het economisch ontwikkelingsmodel en het integraal ontwikkelingsmodel. Deze modellen geven richting aan de keuzes en prioriteiten binnen lokaal sportbeleid. We hebben ook gekeken naar veelvoorkomende thema’s binnen sportbeleid, zoals gezondheid, verenigingsondersteuning, duurzaamheid, bezettingsgraad en multifunctionaliteit van sportaccommodaties. Tot slot belichtten we de belangrijkste doelstellingen en doelgroepen waar gemeentelijk sportbeleid zich op richt, gebaseerd op inzichten uit de Monitor Lokaal Sportbeleid.

Dit artikel biedt beleidsmakers een helder overzicht van de veelzijdigheid van sportbeleid, met concrete handvatten om het effectief vorm te geven.

Lees ook de artikelen:

Bronnen gebruikt