08

Capaciteit en multifunctionaliteit sportaccommodaties

Adviesonderwerp Arrow

In deze sectie

Capaciteitsvraagstukken en multifunctionaliteit sportaccommodaties

Sport- en beweegvoorzieningen zijn van groot belang voor de gezondheid en het welzijn van inwoners. Maar hoe zorg je ervoor dat er voldoende ruimte blijft voor sportaccommodaties in jouw gemeente? En hoe zorg je ervoor dat het aanbod aansluit bij de regionale demografische ontwikkelingen?

Veel beleidsadviseurs sport komen voor deze uitdagingen te staan. De (ruimtelijke) vraagstukken verschillen sterk tussen stedelijke en niet-stedelijke gebieden. In verstedelijkte gebieden neemt de druk op sportaccommodaties vaak snel toe, terwijl deze in niet-stedelijke gebieden vaak afneemt. In stedelijke gebieden ligt de nadruk op efficiënt ruimtegebruik, toegankelijkheid en sociale integratie. In niet-stedelijke gebieden ligt de focus juist op bereikbaarheid, gemeenschapszin en het behoud van leefbaarheid.

Daarnaast speelt de voortdurende bevolkingsgroei een rol, wat leidt tot een grotere vraag naar ruimte voor wonen, recreëren, werken en mobiliteit. Deze toegenomen ruimtevraag komt vaak ten koste van ruimte voor groen, sport en bewegen. Hoe kun jij als beleidsadviseur sport navigeren door deze dynamiek?

Extra ondersteuning of expertise nodig?

In ons expertoverzicht vind je professionals die je helpen bij sport- en beweegbeleid en sportaccommodaties.

Of spar met experts van het Kenniscentrum Sport en Bewegen, een VSG adviseur of collega-beleidsadviseurs via de VSG community

Op deze pagina vind je

  • Landelijke kaders ruimtevraag en multifunctionaliteit sportaccommodaties
  • Uitleg capaciteitsonderzoek, huisvestingsplan sport en planningsinstrumenten
  • Inzicht in aanbod, spreiding en toekomstige behoefte sportaccommodaties

Handige linkjes

Landelijke kaders en onderzoek ruimtevraag sportaccommodaties

Als beleidsadviseur is het van belang om op de hoogte te zijn van landelijke kaders en ontwikkelingen rondom capaciteitsvraagstukken voor sport en bewegen. Dit stelt je in staat om effectief in te spelen op de behoeften in jouw gemeente en om gericht beleid te ontwikkelen.

Sportakkoord II

In het Sportakkoord II staat het thema ‘Ruimte voor sport en bewegen’ centraal. De ambitie is om te werken aan een toekomstbestendige sportinfrastructuur die uitnodigend, faciliterend en toegankelijk is voor iedereen. Het behoud en de multifunctionaliteit van sportaccommodaties vormen hierbij belangrijke pijlers.

Rapport Mulier Instituut: Benodigde ruimte voor sport in 2040

In opdracht van NOCNSF heeft het Mulier Instituut het onderzoek Benodigde ruimte voor sport in 2040  uitgevoerd. Dit rapport geeft inzicht in de ruimtelijke implicaties van de ambities uit de sportagenda van NOCNSF. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) groeit het aantal inwoners van Nederland naar verwachting tot 20,6 miljoen in 2050. Het is daarom cruciaal om voldoende ruimte te creëren voor sport en bewegen. Belangrijkste conclusies van het rapport zijn dat de druk op sportaccommodaties toeneemt, er regionale verschillen zijn door groei- en krimpgemeenten en dat ondernemende sportaanbieders ook een toenemende druk op hun locaties ervaren.

Jaarrapport Mulier Instituut: Ruimte voor sport en bewegen

Het Mulier Instituut publiceert jaarlijks het Jaarrapport ruimte voor sport en Bewegen. Dit rapport bundelt beleidsrelevante kennis over de sport- en beweeginfrastructuur. Het bevat onder meer informatie over het aanbod en de spreiding van sportaccommodaties en de bezettingsgraad van deze voorzieningen. Of ga direct naar het jaarrapport Mulier Instituut Sportaccommodaties: Sportaccommodaties in Nederland 2025.

Oplossingen: uitbreiding en beter benutten van sportaccommodaties

Vooral in stedelijke gebieden is er sprake van een toenemende druk op de ruimte voor sport en bewegen. Dit geldt niet alleen voor binnen-, buiten- en zwemsporten, maar ook voor sporten en bewegen in de openbare ruimte. Volwassen Nederlanders maken namelijk bij het sporten veel gebruik van de openbare ruimte, zoals bij hardlopen, wandelen en wielrennen.

Om de toenemende druk op sportaccommodaties deels op te vangen, zijn er twee belangrijke oplossingen:

  1. Uitbreiding van de sportinfrastructuur met nieuwe sportaccommodaties.
  2. Beter benutten van bestaande accommodaties, bijvoorbeeld door multifunctioneel gebruik of aanpassingen die de capaciteit verhogen.

Capaciteitsonderzoek: inzicht in huidige en toekomstige vraag

Een vraag- en aanbodanalyse is een belangrijk middel om de behoefte aan sportaccommodaties in kaart te brengen. Het onderzoek start met een analyse van de huidige situatie. Dit omvat een inventarisatie van het aantal en type accommodaties, hun verspreiding binnen de gemeente, de gebruikers, en de bezettingsgraad. Ook kunnen eventuele opbrengsten worden meegenomen in de analyse. Daarnaast is inzicht in de vraag van gebruikers essentieel. Dit omvat de behoeften van sporters en sportverenigingen. Door het aanbod en de vraag naast elkaar te leggen, ontstaat een helder beeld van de huidige stand van zaken.

Het onderzoek richt zich vervolgens op de toekomstige behoefte. Deze wordt bepaald aan de hand van demografische ontwikkelingen, trends in sportdeelname, draagvlakcijfers en benchmarkgegevens. Voor binnensporten zijn leerlingprognoses van groot belang, aangezien gemeenten verantwoordelijk zijn voor onderwijshuisvesting en voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs. Het is bovendien verstandig om het gemeentelijk sportbeleid bij de analyse te betrekken. Dit biedt inzicht in de prioriteiten van de gemeente en de gewenste beleidsrichtingen voor de toekomst.

Voorbeeld sportdeelname onderzoek gemeenten: Sportdeelname-onderzoek gemeente Maastricht

Multifunctionaliteit en onderbenutting sportaccommodaties

Bij het capaciteitsonderzoek is het nuttig om multifunctionaliteit van sportaccommodaties mee te nemen. In het Nationaal Sportakkoord II wordt daarom nadrukkelijk ingezet op het vergroten van de maatschappelijke waarde van sportvastgoed, gecombineerd met een kosteneffectieve exploitatie. Het aanpassen en optimaliseren van bestaande faciliteiten kan zorgen voor meervoudig gebruik en een hogere efficiëntie. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door het aanbrengen van extra belijning voor verschillende sporten, het ombouwen van grasvelden naar kunstgras om de bespeelbaarheid te vergroten, of het overdekken van sportvoorzieningen in de openbare ruimte.

De onderbenutting van sportaccommodaties is een van de wicked problems in de sport- en beweegsector, vastgesteld door MOOI (Missiegedreven Ontwikkeling van Onderzoek en Innovatie), het Ministerie van VWS en NOC*NSF. MOOI, een programma van ZonMw, richt zich op onderzoek en innovatie om maatschappelijke problemen aan te pakken. Het Mulier Instituut heeft hierover de Kennis- en Innovatiescan Onderbenutting van sportaccommodaties opgesteld, die inzicht biedt in beschikbare kennis en oplossingen.

Verduurzaming en exploitatie sportvastgoed

Als aanvullende optie kan een onderzoek naar de duurzaamheid en exploitatie van sportvastgoed worden uitgevoerd. Een scan van de baten en lasten van sportvoorzieningen en de kosten voor renovatie en verduurzaming geeft waardevolle input voor de toekomstige planning. Deze inzichten kunnen helpen bij het vormgeven van een toekomstbestendig aanbod en het maken van strategische keuzes over de ontwikkeling van het sportvastgoed in de gemeente.

Handige bronnen lokale data

Strategisch huisvestingsplan sport

De resultaten van het capaciteitsonderzoek vormen de basis voor een strategisch huisvestingsplan voor sport. In dit plan worden de opgaven, ruimteclaims en kosten voor huisvesting, beheer en exploitatie vastgelegd. Ook kan het plan specificeren waar en voor welke typen sport- en beweegvoorzieningen nieuwe accommodaties nodig zijn.

Het huisvestingsplan kan worden aangevuld met een investeringsplan, waarin de benodigde middelen worden geborgd in de gemeentelijke begroting. Als investeringen niet direct in het huisvestingsplan zijn opgenomen, kan het plan dienen als onderlegger bij toekomstige aanvragen voor financiering van sportaccommodaties.

Planningsinstrumenten ruimte sport en bewegen

Het Mulier Instituut heeft diverse ruimte-instrumenten ontwikkeld om snel en effectief inzicht te krijgen in de huidige en toekomstige behoefte aan sportaccommodaties. Deze instrumenten richten zich op buitensportaccommodaties, binnensportaccommodaties en zwembaden. Daarnaast is een methodiek ontwikkeld om inzicht te bieden in de mogelijkheden om te sporten en bewegen in de openbare ruimte en hoe deze aansluiten bij de behoefte van de bevolking.

Planningsinstrument zwembaden

In 2020 bracht het Mulier Instituut het Planningsinstrument zwembaden uit. Dit hulpmiddel biedt een eerste indicatie van de behoefte aan zwemwater binnen een gemeente of regio, zowel op dit moment als in de toekomst. Op basis van deze inzichten kan vervolgens een diepgaandere analyse worden uitgevoerd om zowel de vraag naar als het aanbod van zwemwater in kaart te brengen.

Planningsinstrument binnensport

Hoewel er geen specifiek planningsinstrument voor binnensport is uitgebracht, publiceerde het Mulier Instituut in 2020 het rapport Binnensportaccommodaties in Nederland. Dit rapport bespreekt het aanbod, gebruik en de planning van sporthallen, sportzalen en gymzalen in Nederland. Het rapport bevat draagvlakcijfers en planologische kengetallen waarmee de behoefte aan binnensportaccommodaties kan worden berekend.

De publicatie stelt een herijking voor van de oude draagvlakcijfers:

  • Voor sporthallen in stedelijke gebieden wordt een draagvlak aanbevolen van 10.000 tot 17.500 inwoners, terwijl in minder stedelijke gebieden een draagvlak van 6.250 tot 12.500 inwoners wordt geadviseerd. Dit is een aanpassing ten opzichte van de eerdere richtlijn van 15.000 tot 20.000 inwoners.
  • Voor sportzalen wordt geadviseerd om de draagvlakcijfers uit de Planologische Kengetallen niet meer toe te passen.

Het rapport benadrukt dat deze herijkte cijfers slechts als richtlijn dienen en niet als op zichzelf staand meetkundig instrument. Ze moeten altijd worden gecombineerd met een bredere analyse in het besluitvormingsproces.

Planningsinstrument buitensport

Voor buitensport is er geen algemeen toegankelijk planningsinstrument beschikbaar. De ruimtebehoefte wordt doorgaans berekend aan de hand van de planningsnormen van NOCNSF. Hiervoor zijn gegevens nodig over teamaantallen en ledentallen van buitensportverenigingen, evenals het aantal en type sportvelden. Voor sporten waarvoor geen NOCNSF-normen beschikbaar zijn, kan de ruimtebehoefte worden vastgesteld door middel van benchmarking en interviews. Op basis van bevolkingsprognoses, trends en de ledenontwikkeling per sporttak en vereniging kan vervolgens de toekomstige ruimtebehoefte voor buitensport worden bepaald.

Planningsinstrument openbare ruimte

De mate waarin een gemeente beweegvriendelijk is ingericht, kan worden bepaald met behulp van de Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving. Deze indicator kijkt naar fysieke elementen in de leefomgeving. Daarnaast biedt de Beweegvriendelijke Omgeving Scan (BVO Scan) van het Kenniscentrum Sport & Bewegen inzicht in hoe bewoners de beweegvriendelijkheid van buurten, wijken, stadsdelen of schoolpleinen ervaren.

Urhahn onderzoekt in opdracht van het ministerie van VWS de rol van sport en bewegen in de ruimtelijke ordening en in hoeverre deze onder druk staat. Dit onderzoek richt zich ook op de vraag of gemeenten voldoende instrumenten hebben om sport en bewegen een plaats te geven in omgevingsplannen en herinrichtingsplannen. De resultaten van dit onderzoek worden in 2025 verwacht.

Aanbod sportaccommodaties

Via het landelijke databastand Database SportAanbod (DSA) kan je het aanbod aan sportaccommodaties in Nederland vinden. Het Mulier Instituut beheert en ontwikkelt de DSA door. De DSA is ook de bron voor de kernindicator Sportaccommodaties. Via deze kernindicator kan je de dichtheid van sportaccommodaties in jouw gemeente zien. De kernindicator Beweegvriendelijke omgeving geeft inzicht in de mate van beweegvriendelijkheid van jouw gemeente.

In het rapport Sportaccommodaties in Nederland 2023 van het Mulier Instituut (pagina 36) kan je onderstaande mooie tabel vinden met het aantal sportaccommodaties per 25.000 inwoners naar type accommodatie. Deze tabel geef inzicht in hoe jouw gemeente scoort ten opzichte van andere gemeenten met zelfde bevolkingsomvang.

 Spreiding sportaccommodaties

Ook kan je op www.sportopdekaart.nl de gemiddelde afstand tot sportaccommodaties bekijken voor de sporten fitness, korfbal, tennis, hockey, voetbal, golf, zwemmen en zaalsporten (in een sporthal). Voor de meeste Nederlanders zijn fitness, tennis, voetbal, een sporthal en een zwembad binnen 2 kilometer via de weg bereikbaar. Voor korfbal, hockey en vooral golf ligt deze afstand gemiddeld hoger, namelijk minstens 4 kilometer. Daarnaast biedt het rapport Sportaccommodaties in Nederland 2023 een overzichtelijke tabel (pagina 74) met de gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde sportaccommodatie per type accommodatie, waarmee je jouw gemeente kunt vergelijken.

Toekomstige behoefte sportaccommodaties

In het rapport Benodigde ruimte voor sport in 20240 maakt het Mulier Instituut op basis van drie modellen een inschatting van de toekomstige behoefte aan sportaccommodaties. Hierbij wordt gekeken naar factoren zoals de huidige druk op sportaccommodaties, sportdeelname per leeftijdsgroep, het aantal sportmomenten, accommodatiegebruik en de verwachte ontwikkelingen. Dit biedt waardevolle informatie voor het bepalen van het voorzieningenniveau in jouw gemeente.

Druk op sportaccommodaties
Op pagina 20 wordt de druk op sportaccommodaties besproken. Voor buitensport wordt de velddruk berekend: het aantal inwoners dat bij een bond is ingeschreven gedeeld door het aantal velden. Gemiddeld zijn er 210 hockeyers per hockeyveld, 51 tennissers per tennisbaan en 137 voetballers per voetbalveld. Voor binnensport wordt gekeken naar de bezettingscijfers van gemeentelijke binnensportaccommodaties (zie pagina 21).

Sportdeelname en gebruik van sportaccommodaties
Op pagina 34 wordt ingegaan op de sportdeelname en het aantal sportmomenten per doelgroep. Pagina 36 biedt vervolgens inzicht in het gebruik van sportaccommodaties per leeftijdsgroep en type accommodatie. Afhankelijk van de demografische ontwikkelingen in jouw gemeente kun je hiermee een inschatting maken van de toekomstige behoefte aan sportaccommodaties.

Bronnen: